http://www.nrc.nl/opinie/artikel/1109660279549.html
Controle
op zorgverzekeraars en ziekenhuizen noodzakelijk
Maak duidelijk wat optimale zorg is
Hoe kan de ongelijke behandeling van patiënten die gebruikmaken van dure
medicijnen, worden tegengegaan? Nederland heeft een onafhankelijke
instantie nodig die praktijkrichtlijnen voor optimale zorg uitvaardigt,
menen Werner Brouwer en Frans Rutten.
Opnieuw
is er discussie over dure ziekenhuisgeneesmiddelen. Eerder was er ophef
over geneesmiddelen als Taxol en Plavix, nu is er een nieuw middel dat
darmkankerpatiënten langer doet leven, maar duur is. Voor patiënten vaak
letterlijk een laatste redmiddel, maar voor ziekenhuizen lastig, omdat zij
de hogere kosten voor geneesmiddelen niet kunnen doorberekenen. Uit de
discussie komen twee belangrijke knelpunten naar voren.
Zorgverleners,
in casu ziekenhuizen, worden niet adequaat vergoed voor geleverde
diensten, omdat een duurdere maar betere behandeling niet leidt tot meer
inkomsten. Voor ziekenhuizen dreigen financiële problemen, wanneer ze
nieuwe en betere behandeltechnieken zonder meer aan hun patiënten
aanbieden.
Ten
tweede wordt decentraal besloten welke behandeling wordt gegeven, waarbij
zowel het ziekenhuis als de verzekeraar een rol speelt.
Beide
knelpunten moeten worden opgelost om patiënten gepaste zorg te kunnen
garanderen en verschillen te vermijden. De oplossing voor het eerste
knelpunt is een betere, want prestatiegerichte, financiering van
ziekenhuizen. Daaraan wordt hard gewerkt en deze nieuwe financiering is
zelfs gedeeltelijk al in gebruik.
Een
oplossing voor het tweede knelpunt is er nog niet, hoewel dit knelpunt nog
nijpender wordt in het nieuwe zorgstelsel dat in 2006 van kracht moet
worden. Immers, daarin wordt decentrale besluitvorming (onderhandeling
tussen ziekenhuizen en verzekeraars) nog belangrijker en neemt de kans op
verschillen tussen ziekenhuizen en tussen verzekeraars verder toe. Het is
van groot belang dat waarborgen worden ingebouwd om gepaste zorg voor
iedere verzekerde te garanderen en verschillen tussen verzekeraars voor
basiszorg tegen te gaan. Dat kan wel, als we van het buitenland willen
leren.
Voor de
financiering van ziekenhuizen is het systeem van
Diagnose-Behandel-Combinaties (DBC's) ontwikkeld. Ziekenhuizen krijgen dan
per patiënt met een bepaalde diagnose en 'behandeltraject' een met de
verzekeraar overeengekomen vergoeding. Dat moet een prikkel zijn om per
product doelmatig te werken. De bedoeling is dat ziekenhuizen die patiënten
goedkoper kunnen behandelen dan andere ziekenhuizen, dus betere contracten
met verzekeraars kunnen afsluiten. Wanneer het product verandert
(bijvoorbeeld als duurdere geneesmiddelen nodig zijn) kan de prijs van de
desbetreffende DBC worden aangepast. Daarmee is de eerste oorzaak van de
huidige problematiek met betrekking tot dure geneesmiddelen binnen het
ziekenhuis opgelost.
Om de
tweede oorzaak niet nog nijpender te maken, dient echter goed te worden
gedefinieerd welke behandeling wordt vergoed. Nu worden DBC's nog vrij
globaal ingevuld en hetzelfde gaat waarschijnlijk gelden voor het hele
basispakket vanaf 2006. Dat maakt variatie tussen verzekeraars en
ziekenhuizen meer dan ooit mogelijk. Immers, als een ziekenhuis goedkopere
maar minder effectieve medicijnen gebruikt binnen een DBC, kan het deze
DBC goedkoper aanbieden dan een ziekenhuis dat de duurdere, effectieve
medicijnen gebruikt. En gegeven het feit dat alle verzekeraars en
aanbieders de kennis noch de prikkels hebben om patiënten altijd de
optimale behandeling te bieden, kan deze variatie ten koste gaan van de
doelmatigheid van de zorg en de positie van de patiënt.
Dat geldt
overigens niet alleen voor intramurale zorg, maar ook voor extramurale
zorg. Verschillen tussen verzekeraars in termen van welke maagzuurremmers
of welke middelen tegen epilepsie zij vergoeden, zijn niet zonder meer
bevorderlijk voor de doelmatigheid van de zorg of de positie van patiënten.
Prof. Louise Gunning-Schepers pleitte vorige week vrijdag op de
Opiniepagina al voor duidelijkheid. Volgens haar moet eerlijk worden
aangeven of bepaalde dure geneesmiddelen voor iedereen toegankelijk
blijven. De vraag is of dit aan individuele ziekenhuizen en verzekeraars
moet worden overgelaten.
Beter is
het om centraal eenduidig en onafhankelijk vast te stellen welke zorg
optimaal is in voorkomende gevallen en om variatie tussen ziekenhuizen en
verzekeraars hierin tegen te gaan.
Juist in
het licht van de stelselherziening en de nieuwe financieringsstructuur van
ziekenhuizen is het dan ook vreemd te moeten constateren dat er in
Nederland geen institutie bestaat die dit type beoordelingen systematisch
ter hand neemt en praktijkrichtlijnen voor optimale zorg (zoals DBC's)
uitvaardigt. Daar is wel voor gepleit, onder andere door de
Gezondheidsraad. Zo'n Nationaal Instituut voor Effectiviteit en
Doelmatigheid in de zorg (NIED) kan ook de verzekeraars ondersteunen in
hun rol als regisseurs en bewakers van de doelmatigheid in de zorg, zonder
dat daarmee de uniformiteit of de kwaliteit van zorg gevaar loopt. In
Groot-Brittannië is zo'n instituut al enige jaren actief en zijn
veelbelovende resultaten geboekt met het National Institute for
Clinical Excellence, kortweg NICE genoemd. NICE heeft vele adviezen
uitgebracht over de wenselijkheid van uiteenlopende nieuwe behandelingen
en geneesmiddelen.
Realisering
van een dergelijk instituut in Nederland kan zorgen voor een
onafhankelijke vaststelling van optimale behandeltrajecten voor
verschillende patiëntgroepen. Deze richtlijnen kunnen meteen de basis
vormen voor onderhandelingen tussen zorgverzekeraars en aanbieders van
zorg. Ook biedt het voor patiënten en verzekerden duidelijkheid dat hun
verzekering optimale zorg dekt (wat uiteraard niet inhoudt: alle zorg).
Verschillen tussen verzekeraars door ondermaatse kwaliteit in te kopen
worden tegengegaan en het proces van switchen tussen verzekeraars wordt
vergemakkelijkt. Immers, als allerlei verzekeraars andere medicijnen
vergoeden of behandeltrajecten dekken, wordt het vergelijken van
verzekeraars nóg moeilijker.
Nu is gebleken dat decentrale
besluitvorming kan leiden tot onwenselijke verschillen en keuzen in de
zorg, moet onafhankelijk duidelijk worden gemaakt wat optimale zorg
inhoudt. Dat verdient onze zorg!